Frambozen, walnoten en een nieuw begin
- Sabine
- 19 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 8 dec 2025
De hal staat nog vol met dozen die we moeten uitpakken. Maar eerst ademen we even. Rustig, want dit huis en deze plek lijken ons dat steeds opnieuw in te fluisteren.
We hebben nog nooit een grote tuin gehad. Laat staan één waar niemand langsloopt, behalve de merel die laag over de vijver scheert of de musjes die badderen alsof ze hier op vakantie zijn. De wind beweegt de planten als een zachte golf en als ik naar buiten kijk zie ik overal groen, dat wat ik in de stad zo mistte. De weidsheid voelt heerlijk.
De hibiscus straalt met haar diep paarse bloemen, en in de border wiebelt de campanula zachtjes met kleine klokjes waarin de ochtenddauw nog hangt. In de voortuin vind ik een paar laatste frambozen, alsof de struiken ons welkom willen heten. De walnotenboom boven de oprit belooft een rijke oogst in oktober. En verderop, dieper in de achtertuin, hoor ik de kippen scharrelen tussen de bramenstruiken die zo vol hangen dat ik me bedwing om niet meteen een schaal te pakken.
We zitten op het terras en kijken om ons heen.
“Dit is het hè,” zegt Thomas zacht.Ik vang zijn blik, warm, opgelucht, bijna jongensachtig blij.
Ik knik.
“Dit is het.”
Er moet nog ongelooflijk veel verbouwd worden. Soms maakt me dat onrustig. Thomas is nu een jaar schoon, maar zijn oude energieniveau is nog niet helemaal terug. Misschien komt het nooit meer. Toen ik het vroeg aan de arts, keek hij mij ernstig aan.“Je kunt beter spijt hebben van de dingen die je wél hebt gedaan,” zei hij. “Ga genieten. Doe het rustig aan. Maar wacht niet.”
Vandaag worden er stapels bouwmaterialen geleverd. Thomas kan niet wachten om te beginnen. Dat zie ik in zijn hele houding, alsof dit huis hem richting geeft. Hoop. Ritme.
Binnen is alles nog gedateerd. De keuken uit de jaren 80 wordt in november vervangen door een houten keuken die voelt alsof ze altijd al bij het huis hoorde. De haard wordt binnenkort geplaatst; ik zie ons al zitten op een gure avond, met thee en hout dat knispert. De bakstenen muren in de woonkamer maken we stuk voor stuk glad; de hal schilder ik straks in een zachtgroene kleur die al weken in mijn hoofd ronddanst.
En dan de trap, de vide, de toog… Ik kijk ernaar zoals je naar een lege kamer kijkt die nog geheimen in zich heeft. Met kerst wil ik dennegroen ophangen langs de balustrade, met lampjes die zachtjes oplichten als het buiten donker wordt.
Maar ondanks alle plannen voelt het alsof we onszelf nog geen tijd gunnen om Wilgenveld echt te leren kennen. Tot ik vanmorgen met Holly naar buiten liep.
We liepen naar het einde van de straat, waar de huizen verder uit elkaar staan en de lucht ruimer lijkt. Daar begint een schelpenpaadje dat je zo naar de rivier brengt. Het knarste onder mijn schoenen zoals paadjes dat alleen in dorpen doen. Holly snuffelde aan elke grasspriet, overal nieuwe geurtjes en een nieuwe route.
Tussen de bomen door zag ik het kleine kapelletje waar ik al verhalen over had gehoord. Een witte, eenvoudige kapel, ooit gebouwd door een boer die een belofte deed in moeilijke tijden. De deur stond op een kier. Binnen brandde één kaarsje.
Ik stond daar even, met Holly naast me en het zachte ruisen van de rivier in de verte, en dacht: Wat een prachtige plek om tot jezelf te komen.
Toen we terugliepen naar huis zag ik Thomas op de oprit staan, de eerste planken al uitgeladen. Eindelijk kan hij aan de slag om zijn dromen waar te maken.




Opmerkingen