Januari is geen maand om te rennen
- Sabine
- 8 jan
- 3 minuten om te lezen

En ineens is het januari. De kerstboom is weg, het huis voelt wat kaal, maar ergens is het ook weer fijn, peinst Sophie. De eerste dagen van het nieuwe jaar voelen altijd een beetje vreemd. Overal ziet en hoort ze over een nieuw begin, starten met afvallen, sporten, doelen en goals.
Ze roept Desta en lijnt haar aan. “Wij gaan even een eindje wandelen”, zegt ze als ze haar aanlijnt. “Even de frisse lucht door mijn hoofd.” Ze stapt het Beukenlaantje op en zwaait naar meneer Postuma als ze langsloopt. Hij staat voor het raam en kijkt naar zijn tuintje. De plek waar hij zo graag is. Maar waar nu met de kou niet veel te doen is.
Ze loopt eerst over het dorpsplein dat er wat triest uitziet zonder de kerstverlichting. Maar in de etalage van Marja ziet ze al de eerste hyacinten in pot naast de boeken staan.
Ze glimlacht even, de voorjaarsbloemen doen het ook bij haar goed. Ze heeft al begin januari narcissen, tulpen en blauwe druifjes in huis. Als een vrolijk begin van het nieuwe jaar.
Als ze op de dijk loopt komt ze Emma en Ruben tegen die gearmd hun wandeling maken. “Goede voornemens, elke dag 10.000 stappen”, grijnst Ruben terwijl ze voorbij stappen.
Wat is dat toch met die goede voornemens vraagt Sophie zich af. Ze kijkt naar de natuur om zich heen. De bomen kaal, nergens bloemen en veel planten staan er wat verdort bij. Allemaal in winter rust. Zodat ze straks in het voorjaar weer kunnen bloeien.
“Dat geldt ook voor ons”’ mompelt ze in zichzelf. “De kalender is toch maar bedacht? De echte start van het jaar is het voorjaar.”
Sophie voelt zich juist in januari en februari meer vermoeid dan andere maanden. Ze heeft door de korte dagen juist meer behoefte aan slaap en rust. En met een goed boek op de bank.
Juist in het voorjaar, als de vogels actief worden en alles weer gaat bloeien, voelt zij ook meer energie.
Sophie vertraagt haar pas een beetje. Desta snuffelt uitgebreid aan een pluk dor gras, ook totaal niet bezig met enige vorm van haast. De wind is fris, met een kou waar je heerlijke roze wangen van krijgt. Sophie ademt diep in en voelt hoe haar schouders een fractie zakken.
Ze denkt aan de lijstjes die overal opduiken in januari. Dingen die beter moeten, anders moeten, strakker en gezonder. Alsof stilstaan gelijkstaat aan falen. Terwijl niets in de natuur zich daar iets van aantrekt, de dijk ligt er rustig bij en het water stroomt onverstoorbaar door.
Thuis zet ze haar laarzen bij de deur en laat Desta los. Die rolt zich meteen op in haar mand, tevreden na de wandeling. Sophie zet water op voor thee en pakt een boek van de stapel die al dagen onaangeroerd op tafel ligt. Ergens in de drukte rond kerst en oud en nieuw was het lezen er niet van gekomen. Dit is een perfect moment om eindelijk haar boek open te slaan.
Als Daan de kamer binnenkomt en haar zo ziet zitten, met haar benen opgetrokken op de bank en het boek nog dicht op schoot, glimlacht hij.
“Ben je begonnen?” vraagt hij.“
Nee,” zegt Sophie eerlijk. “Ik ben nog een beetje aan het dromen.”
“In januari?” plaagt hij.“Juist in januari,” antwoordt ze. “Dit is toch geen maand om te rennen?”
Daan schenkt zichzelf ook een kop thee in en gaat tegenover haar zitten. “Dus geen plannen? Geen doelen?
”Sophie schudt haar hoofd. “Nee, voor het eerst geen doelen. Slapen wanneer ik moe ben. Lezen omdat ik er zin in heb. Wachten tot het weer kriebelt.”
Hij knikt langzaam. “Klinkt eigenlijk best wijs.” “De natuur doet het ook zo,” zegt Sophie. “Waarom zouden wij het beter weten?”
Ze slaat haar boek open, leest een paar zinnen en kijkt tevreden om zich heen. Buiten begint het al te schemeren, maar binnen is het warm en gezellig.
Sophie glimlacht. In januari hoef je niets te starten, het is een tussenmaand. Een maand om juist rustig aan te doen, na de drukke dagen van december. En dat is precies wat ze dit jaar gaat doen.




Opmerkingen