Eén misstap
- Sabine
- 25 feb
- 4 minuten om te lezen

Wat fijn om een rustige ochtend te hebben, denkt Sophie als haar jongste dochter wegfietst. Ze is toe aan een ochtend voor zichzelf en terwijl ze haar boterhammen smeert hoort ze de koffie doorlopen in het apparaat. Ze schaaft de kaas en pakt een tijdschrift dat ze vorige week bij Marja heeft gekocht over de aanleg van een moestuin.
Vorig jaar begon ze met kruiden, tomaatjes en kleine komkommers in potten op het terras. Dit jaar wil ze twee moestuinbakken achter in de tuin. Vlakbij de houten tafel waar ze zo graag haar thee drinkt in de ochtendzon. Het geeft een goed gevoel om uit je eigen tuin te plukken wat je op je bord legt.
Ze slaat het tijdschrift open en is al snel verdiept in welke groentes en kruiden je het beste bij elkaar kunt planten, hoe je de slakken uit je moestuin kunt weren en wanneer je wat kunt zaaien als haar telefoon gaat. Ze ziet de naam van Daan in haar display verschijnen en fronst haar wenkbrauwen. Hij belt nooit als hij aan het werk is, dus er moet haast wel iets zijn.
Als ze de telefoon opneemt hoort ze zijn vermoeide stem. “Niet schrikken, maar ik ben in het ziekenhuis.” Sophies hart klopt als een razende. “Wat is er gebeurd, gaat het wel goed met je?” Haar vingers trillen als ze snel pen en papier pakt. Iets dat ze altijd doet als ze aan de telefoon is. “Ik ben van de ladder gevallen, het ziet er niet best uit. Ik heb mijn been gebroken en moet zo eerst onder het mes om de breuk te laten zetten.”
Sophie hoort aan zijn stem dat hij veel pijn heeft. Ze slikt moeizaam, maar zegt kordaat. “Ben je op de eerste hulp nu? Dan kom ik direct jouw kant op.” Hij bevestigt haar vermoeden en ze hangt snel op om wat spullen bij elkaar te pakken. Ze grist een pyama uit de kast, schoon ondergoed, zijn tandenborstel en tandpasta. Geen idee of hij moet blijven en wat de bedoeling is.
Trillend stuurt ze een appje naar haar dochters. “Niet schrikken, papa heeft een klein ongelukje gehad. Hij is nu in het ziekenhuis en heeft zijn been gebroken. Ik houd jullie op de hoogte. Kus.” Voor ze in de auto stapt geeft ze hun hond Desta een aai over haar bol en pakt nog de telefoonlader van Daan.
In de auto wacht ze een paar seconden voor ze de motor start. Even rustig ademen nu, voor ze naar het ziekenhuis rijdt. De schrik zit er goed in. Eenmaal in het ziekenhuis gaat alles snel. Als ze bij Daan komt ziet ze dat hij grauw ziet van de pijn. De verpleegkundige komt naar haar toe en vertelt haar dat ze hem nog snel een kus mag geven, maar dat hij nu naar de OK wordt gereden.
Ze appt haar dochters, haar schoonouders en haar ouders. Daarna gaat ze in de wachtkamer zitten, waar al snel ook haar schoonouders zich bij haar voegen. “Gelukkig heeft hij alleen zijn been gebroken. Je moet toch niet denken aan wat er ook had kunnen gebeuren”, zegt haar schoonmoeder met een bleek gezicht. “Vanuit het niets kan zo ineens alles anders zijn.”
Een dag na de operatie mag ze Daan ophalen uit het ziekenhuis, zijn been in het gips, een plaatje in zijn been die alles op zijn plek houdt en de komende zes weken loopt hij met krukken.
Thuis is het vreemd stil. Daan, die nooit kan stilzitten, die altijd een plank recht legt of een deur bijstelt, zit nu op de bank met zijn been omhoog. Zijn handen rusteloos op zijn knieën. Zijn krukken staan naast de bank zodat hij er gemakkelijk bij kan.
Sophie zet thee en schuift een plak cake op een bordje naar hem toe. “Je hoeft me niet zo te verzorgen hoor,” moppert hij zacht. “Dat weet ik,” zegt ze rustig. “Maar ik doe het toch.”
Hij kijkt haar even aan. Zijn ogen minder stoer dan anders. “Stom hè, ik maakte één misstap.” “Je viel van een ladder,” zegt Sophie. “Dat is geen misstap. Dat is gewoon pech.” Hij zucht. “Ik had beter moeten opletten.” Ze gaat naast hem zitten en legt haar hand op zijn arm. “Je bent geen machine, Daan. Soms let je net even minder op.”
Hij lacht schuin. “Met dit als resultaat.” Even is het stil, ze kijken allebei peinzend naar buiten.
“En jouw moestuin dan?” vraagt hij ineens. “Daar zouden we dit weekend toch aan beginnen?” Sophie haalt haar schouders op. “Die loopt niet weg. Dat kan over een paar weken ook wel.”
Hij knikt. “Toch wil ik dat je begint, dat je niet wacht op mij.” Ze voelt iets warms in haar borst. Dat hij zelfs nu, aan háár plannen denkt. “Het komt vast goed, de kinderen kunnen me prima helpen. En als het een beetje mooi weer is zetten we je gewoon buiten op een stoel met een dekentje. Net als een oude opa.” Ze steekt haar tong naar hem uit, waar hij ondanks alles toch om moet lachen.
De volgende ochtend smeert ze opnieuw haar boterhammen. De kaas iets dikker dan anders. In de woonkamer hoort ze Daan rommelen.
“Rustig aan!” roept ze. “Ja baas!” klinkt het terug. Ze glimlacht, blij dat hij nog een beetje humor heeft. De komende weken gaan vast niet altijd gezellig zijn. Misschien is dit het moment om eindelijk de oude foto’s uit te zoeken. De administratie netjes op te ruimen en samen met Daan die rondreis uit te zoeken door Italië die ze al jaren willen doen als de kinderen groot genoeg zijn. Groot genoeg zijn ze allang, maar steeds weer komt het leven ertussen en komt het er niet van.
Ze loopt met de gesmeerde broodjes en de koffie naar de bank en zet het bij Daan neer. Dan legt ze de laptop op zijn schoot. “Die rondreis naar Italië he, die we zo graag willen maken. Misschien is het nu tijd om daar eens stappen in te zetten. Tijd genoeg om die uit te zoeken nu toch?”
Daan kijkt haar aan en even ziet ze weer die vertrouwde twinkeling in zijn ogen. “Misschien is dit inderdaad het moment,” zegt hij zacht. “Nu ik even stil moet staan.”
Sophie knikt. Stilstand voelt soms als achteruitgang, maar misschien is het dat niet. Buiten valt het ochtendlicht op de plek waar haar moestuinbakken moeten komen.
Sommige plannen groeien langzaam en soms moet je het heft zelf in handen nemen. Misschien is dit precies het moment om daar ruimte voor te maken.


Opmerkingen