top of page

De keuken is af en de rust keert langzaam terug

  • Foto van schrijver: Sabine
    Sabine
  • 3 dec 2025
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 8 dec 2025

Het is inmiddels begin december en de verbouwing begint zijn vruchten af te werpen. Terwijl Thomas de laatste lamp in de keuken ophangt, kijkt Nora tevreden rond.“Mijn hemel, wat een verbouwing,” verzucht ze. “Maar kijk eens hoe prachtig het allemaal is geworden.”“Tja,” zegt Thomas, “het is wat werk, maar je krijgt er wat voor terug.”


Zijn blik gaat onbewust naar buiten, naar het kleine huisje van dochter Femke. Dat moet nog helemaal worden aangepakt, de vloeren, de muren, de plafonds. Een nieuwe badkamer en keuken die moet worden gebouwd. Maar wat een geluk dat Femke straks haar eigen plek heeft, zonder nog langer op een wachtlijst te hoeven staan. Die gedachte maakt hem zichtbaar trots.


Ze besluiten pauze te nemen. Want verbouwen heeft een valkuil: je vergeet te genieten. De reden van hun verhuizing was juist om meer rust te ervaren, niet om opnieuw in oude patronen van drukte en actie te vervallen. Maar jaren van voortdurend “aan” staan, wis je niet zomaar uit.


Nora schenkt twee mokken thee in en strijkt een pluk haar achter haar oor. Op tafel ligt een klein stapeltje ansichtkaarten die ze eerder die ochtend bij Marja in de boekwinkel heeft uitgezocht. Illustraties van wintertakken, besneeuwde velden en zachte salietinten die haar meteen troostend hadden toegelachen.


“Het is zo lang geleden dat ik iemand gewoon eens een kaartje stuurde,” zegt ze zacht. “Vroeger deed ik dat altijd in december. Niet alleen een kerstkaart, maar ook even laten weten dat ik aan iemand denk.” Thomas glimlacht. “Dat vond ik zo’n mooie traditie van jou.”


Nora schrijft de namen van oude vrienden, een oud collega die ze al maanden niet heeft gesproken en haar moeder. Terwijl de inkt opdroogt, voelt ze hoe een klein gebaar onverwacht veel met haar doet, meer dan ze vooraf dacht.


Later die middag loopt Nora langs de dijk om de kaartjes te posten. De lucht is helder, het licht dun en koel. In de verte ruikt het naar houtvuur. Bij de bocht van het pad komt ze Marja tegen, haar sjaal rommelig om haar hals gewikkeld.


“Heb je ze al geschreven?” vraagt Marja met een knikje naar de kaarten. Nora tikt tegen haar jaszak. “Onderweg naar de brievenbus.”

“Goed zo,” zegt Marja. “Je zou versteld staan hoeveel mensen een kaartje nodig hebben in december. Een paar woorden kunnen een hele dag lichter maken.”


Thuis is het ongewoon rustig. Zelfs het geluid van verbouwen lijkt even stil te staan. Thomas zit aan tafel met een rolmaat en een potlood achter zijn oor.

“Kun je het geloven,” zegt hij, “dat we hier straks onze eerste kerstochtend vieren?”


Nora kijkt om zich heen. De nieuwe keuken vormt ineens het hart van het huis. Ze moet lachen als ze denkt aan de voorbije weken. Zes weken koken in de bijkeuken, met de ramen open omdat het brandalarm weer eens besloot dat gebakken ui gelijkstaat aan levensgevaar.


“Het begint echt ons thuis te worden,” zegt ze.


Die avond maken Nora en Thomas een wandeling met Holly aangelijnd met een knipperende halsband in het donker. In hun oude leven zou dat een voornemen zijn geweest, iets wat op een lijstje stond. Hier lijkt wandelen vanzelf te gaan.

De huizen langs de Weidezoom dragen elk hun eigen decemberlicht: kaarsen, kerstlampjes, een krans van dennengroen. Er wordt gezwaaid, gegroet, niets bijzonders, en juist daardoor zo bijzonder.


Bij de brievenbus stopt Nora. Ze schuift de kaartjes één voor één naar binnen; de metalen klep klettert zacht terug. “Zo,” zegt ze. “Dat is gedaan.”

Thomas legt zijn hand even op haar rug. “Het is bijna een ritueel, hè?” “Misschien wel,” antwoordt Nora. “Maar het helpt me herinneren waarom we hierheen verhuisden. Elke kaart voelt als een klein gebaar. Alsof ik een stukje van onze rust kan doorgeven aan iemand anders.”


Ze lopen verder, hand in hand, met boven hen de maan die voorzichtig doorbreekt.

De volgende ochtend staat Nora in het zachte licht dat door het keukenraam valt. De diepgroene kastjes, de warme houten vloer, de grote witte spoelbak, alles voelt alsof het al jaren op haar gewacht heeft.


Ze glijdt met haar hand over het aanrecht en fluistert: “Zes weken koken in de bijkeuken, en kijk nu eens.”


Ze zet twee mokken neer, pakt de theedoos uit het kastje en kiest een kruidige winterthee die haar meteen doet denken aan vroeger, aan decemberochtenden in hun oude huis, maar dan zonder de haast.


Wanneer Thomas binnenkomt, tikt hij met zijn vinger tegen het nieuwe fornuis.“Het voelt een beetje alsof we in een kookboek wonen,” zegt hij grijnzend.

Nora rolt met haar ogen, maar ze glimlacht. “Laten we eerst maar eens zien of ik nog weet hoe het werkt, na die bijkeuken-weken.”


Ze schenkt de thee in en gaat aan de kleine keukentafel zitten. Op de vensterbank liggen de ansichtkaarten die ze nog wil versturen. Terwijl ze de stoom van haar mok ziet opstijgen, beseft ze hoe bijzonder het is dat een verbouwing niet alleen een huis verandert, maar ook het ritme van het leven dat zich erin afspeelt.


Misschien wordt dit wel haar lievelingsplek.



Opmerkingen


Schrijf je hier in om de laatste verhalen over Nora te lezen

Alles lezen over Leven onder de Appelboom? Dat kan hier!

© 2026 Leven onder de Appelboom.

bottom of page